Natuureducatie

Het natuurgebied SPEELHOF situeert zich geologisch gezien op de stuifzandrug Stekene-Moerbeke.

Binnen dit inmiddels sterk genivelleerde relief van wat eens de ruggen en slenken van stuifduinen waren (landschappelijk komt dit zeer mooi tot uiting in de overgang naar het nabijgelegen dennenbos), maakt het Speelhof deel uit van een groter slenkenpatroon.

Abiotisch gezien is het mogelijk om parallellen te trekken met de duin- en duinpantoestanden van de kust. Ook hier beinvloeden de hoger gelegen ruggen de slenken met hun grond- en oppervlaktewater, in stabiel natte zones van de slenken is er sprake van vervening van de bodem. Gekoppeld aan de vochtigheidstoestand en de stabiliteit ervan zijn venig-venigzand en zandbodems met duidelijke uitspoelingshorizonten mogelijk.

Qua bodemgesteldheid is vooral de overgang tussen venigzand en zand be-invloed door grondwater van belang voor het Speelhof. De impact van grond- en oppervlaktewater (welke het uiteindelijk bodemtype bepaalt of op zijn minst be-invloedt) is historisch gezien geen stabiel gegeven . Ontwatering tot beneden het maaiveld kan veen uitdrogen waardoor het mineraliseert . Zowel mineralisatie van plaatselijk veen als inspoeling van oppervlaktewater uit een vermeste omgeving heeft een voedselverrijkende of eutrofieerende invloed.

 

 

RELATIE DROOG - INUNDATIEZONE / ZAND - VENIG /REL. VOEDSELARM - EUTROFIERING

Het vegetatiebeeld van het Speelhof bevindt zich op de wip tussen voedselarme (heischraal grasland) en voedselverrijkende invloeden (bloemrijke ruigte).

De voedselarme component gaat uit van de zandige bodem gebaseerd op het gegeven dat humus en voedingstoffen hier vrij snel uitlogen. Deze uitgangssituatie vertaalt naar het historische vegetatiebeeld en eraan gekoppelde extensieve landbouwactiviteit is een beeld van kleine akkertjes-heide-heischrale graslanden en natte hooilanden. Biotopen met een dominerende voedselarme inslag, lokaal genuanceerd door grond en oppervlaktewater. Dat water gaat als transportmedium van opgeloste stoffen de voedselverijkende component van de wip uitmaken.

Op de hoge weide waar de inpakt van grond en oppervlaktewater voor het Speelhof minimaal is, treffen we plantencombinaties die het best aansluiten bij het heischrale grasland. Dit is een eerder laag ijl vegetatiebeeld met soorten die aanpassingen vertonen in de richting van het beperken van verdamping, schaars omspringen met de beschikbare voedingstoffen of in alternatieven voorzien zoals stikstofbinding uit de lucht (vlinderbloemigen) en parasieten (ratelaar).

De singels en greppels zijn de door oppervlaktewater beinvloedde zones, hierin vinden we zowel  indicatoren van het heischrale element (waternavel) als uitgesproken ruigte elementen (brandnetel, bitterzoet). Het meest zuivere plantengezelschap dat we hier aantreffen is te omschrijven als bloemrijke ruigte, een vegetatiebeeld waarin grassen nagenoeg ontbreken en het aspect bepaald wordt door planten als wederik en kattenstaart.

De greppelstructuren zijn in vergelijking tot de singels extreem oppervlaktewater beinvloed, in die mate dat deze een belangrijke periode van het jaar onder water staan en voornamelijk planten herbergen welke aan inundatie aangepast zijn (scherpe zegge, dried. tandzaad, mannagras).

 

BEGRAZING MET PAARDEN ALS BEHEERSINSTRUMENT

De reden om in natuurgebieden natuurlijke processen te gaan beinvloeden zijn :

  • Het instandhouden van historische vegetatie en landschaptypen 
    • heischraal grasland in de grond- en oppervlaktewater beinvloedde zone
    • open landschapstype, waarin het aandeel van bomen en struiken zich beperkt tot punt en lijnvormige elementen
  • Optimaliseren van de biodiversiteit 
    • gradueel verloop in abiotische elementen optimaal vertalen naar ecologische niches
    • begrazingsinvloeden doseren zodat deze dwars op het abiotisch verloop structuurverrijkend werken

Bij het doseren van de begrazingsintensiteit worden volgende effecten nagestreeft:

  • Begrazing, betreding en bemesting zo variabel mogelijk doseren 
    • zowel vervilte grasmat met braam en boomopslag, als vrijwel kaalgetreden bodem met pioniersvegetatie zijn als uitersten van indicatieve waarde
  • Opentrappen van de vegetatie en startperiode van de begrazing hebben effect op kiemingsomstandigheden en zaadzetting van ratelaar
  • Startperiode van de begrazing heeft effect als tegenwicht op de verrieting van de singels

 

VERJONGINGSKAPPING

De verjongingskappingen hebben als doel het huidige landschappelijk aspect te behouden, zijnde een grasland waarin spontane vestiging van bomen en struiken getolereerd worden zolang deze niet dominerend worden . De boom en struikopslag hebben niet alleen een landschappelijk maar ook structuurverrijkend effect via schaduw en wortelconcurentie.

In de rand is punt tot onderbroken lijn invulling mogelijk.

Voor de singels word geopteerd voor een gradueel verloop in hoogte en regelmaat, N-W min. Z-O max.

 

Info bij Franki Saman