Ongewervelden

Nachtvlinders maken het overgrote deel uit van onze inheemse vlinders (Lepidoptera). Toch zijn ze veel minder bekend. Hun nachtelijke levenswijze heeft daarmee te maken, maar ook het grote aantal soorten en de soms wat moeilijke determinatie.

In onze afdeling wordt er heel wat onderzoek gedaan naar deze fascinerende dieren.


Opmerkelijke waarnemingen voor juli 2011

GEELBRUINE RIETBOORDER

Archanara dissoluta - geelbruine rietboorder (Treitschke, 1825) is een zeldzame nachtvlinder in België.

Vliegtijd en gedrag: Half juni- begin september in één generatie. De vlinders komen op licht en in mindere mate op smeer.

Waardplanten: Riet.

Habitat: Rietlanden en slootkanten.

geelbruine rietboorder2011

WITKRAAGRIETBOORDER

Archanara neurica - witkraagrietboorder (Hübner, 1808) is een zeer zeldzame nachtvlinder voor België.

Vliegtijd en gedrag: Half juni- eind augustus in één generatie. De vlinders komen op licht

Waardplanten: Riet.

Habitat: Rietlanden en slootkanten.

witkraagrietboorder2011

GELIJNDE VLAKJESMOT

Catoptria margaritella - gelijnde vlakjesmot (Denis & Schiffermüller, 1775) is een micronachtvlinder behorend tot de grasmotten (Crambidae).

Volgens gegevens van natuurpunt , is mijn waarneming de eerste in Oost-Vlaanderen sinds 2000.

Gegevens van Phegea , enkel waarnemingen van voor 1980.

gelijnde vlakjesmot

 

Opmerkelijke waarnemingen voor juni 2011:

KADENI-STOFUIL

Caradrina kadenii - Kadeni-stofuil is een zeer zeldzame nachtvlinder voor België en Nederland.

Vliegtijd en gedrag: Mei-juni en september- oktober in twee generaties. De vlinders komen op licht.

Waardplanten: Diverse kruidachtige planten.

Habitat: Warme open, zandige plaatsen, in de duinen en langs bosranden; ook in tuinen.

kadeni stofuil2011

VALE DUINRIETBOORDER

Chortodes extrema - Vale duinrietboorder (Hübner, 1809), is een zeer zeldzame nachtvlinder in Oost-vlaanderen.

Vliegtijd en gedrag: Begin mei - half juli in één generatie. De vlinders zijn actief vanaf de schemering en komen op licht; ook laat in de nacht en tegen zonsopkomst. Soms worden ze rustend op de waardplant aangetroffen.

Waardplanten: Duinriet en hennegras.

Habitat: De iets drogere delen van moerassen of andere moerasachtige gebieden en duinen.

vale duinrietboorder2011

 

 

Opmerkelijke waarnemingen voor mei 2011:

DRAAK

Harpyia milhauseri - Draak (Fabricius, 1775) is een zeldzame nachtvlinder voor Oost –en West-Vlaanderen.

Vliegtijd en gedrag: Half april-eind juni in één generatie; mogelijk een partiële tweede generatie tot half augustus. De vlinders komen op licht.

Waardplanten: Vooral eik; soms beuk en berk.

Habitat: Bossen en andere bosachtige gebieden.

draak2011

KAMILLEVLINDER

Cucullia chamomillae - Kamillevlinder (Denis & Schiffermüller, 1775) is een zeldzame nachtvlinder die verspreid over het hele land kan worden waargenomen.

Vliegtijd en gedrag: Begin april-eind juni in één generatie. De vlinders komen matig op licht en bezoeken bloemen. Overdag worden ze soms rustend aangetroffen op boomstammen of paaltjes.

Waardplanten: Kamille, met een voorkeur voor reukloze kamille.

Habitat: Allerlei pioniersvegetaties waar de waardplant groeit, zoals wegbermen en industrieterreinen; ook akkerlanden, braakliggend land en andere open grazige plaatsen.

kamillevlinder2

SATIJNSTIPSPANNER

Idaea subsericeata - Satijnstipspanner (Haworth, 1809) Is een zeldzame nachtvlinder voor België. Wordt vooral waargenomen in Antwerpen en Limburg.

Vliegtijd en gedrag: Half mei-begin september in twee generaties. De vlinders komen op licht, meestal in kleine aantallen.

Waardplanten: Diverse kruidachtige planten.

Habitat: Bossen, struwelen, ruige graslanden, heiden en tuinen.

satijnstipspanner2011

SLEEDOORNDWERGSPANNER

Pasiphila chloerata - Sleedoorndwergspanner (Mabille, 1870) - is een zeldzame nachtvlinder in Vlaanderen. Het is een soort verspreid over het hele land voorkomt, vooral in de zuidelijke provincies; lijkt in Vlaanderen sterk achteruit te gaan.

Vliegtijd en gedrag: Mei-juni in één generatie. De vlinders komen soms op licht; verder worden ze nauwelijks gezien.

Waardplanten: Sleedoorn; soms krentenboompje.

Habitat: Vooral (sleedoorn)struwelen en bosranden op kleigrond.

sleedoorndwergspanner

 

Opmerkelijke waarnemingen voor april 2011:

BRUINE ESSENMOT

Prays ruficeps – Bruine essenmot ( von Heineman, 1854) is een zeldzame micronachtvlinder.

Waardplanten: gewone es (Fraxinus excelsior).

bruine essenmot

ESPERIAMOT

Esperia sulphurella – Esperiamot (Fabricius, 1775) is een vrij zeldzame micronachtvlinder.

Deze opvallende soort wordt vrijwel uitsluitend overdag waargenomen.

De vlinders zijn zelden gevonden op licht. Mijn waarneming is één overdag en één in skinnerlichtval.

De adult vliegt van begin-half april tot in juni.

De rupsen leven in dood hout in een kleine zijden cocon. Verpopping vindt plaats in een zijden cocon onder de schors , vanaf januari tot mei.

Waardplanten: in dood hout van verschillende loofbomen.

esperiamot

LICHTGRIJZE UIL

Lichtgrijze uil - Lithophane ornitopus (Hufnagel, 1766) Is een zeer zeldzame nachtvlinder in Vlaanderen. Het is een soort die lokaal voorkomt in de Kempen en in het zuiden van het land.

Deze waarneming is afkomstig vanop Panneweel (21 april), de nachtvlinder zat in een skinnerval tijdens een nachtvlinderactiviteit.

Vliegtijd en gedrag: Eind augustus-begin november en na de overwintering eind februari-half mei in één generatie. De vlinders zijn vanaf de schemering actief; in het najaar bezoeken ze bloemen van klimop en overrijpe bramen in het voorjaar wilgenkatjes. De vlinders komen zowel op licht als op smeer.

Waardplanten: Diverse loofbomen, met een voorkeur voor eik.

Habitat: Loofbossen en parken.

Foto: Hugo De Beuckeleer

lichtgrijze uil

ROODKOPWINTERUIL

Roodkopwinteruil - Conistra erythrocephala (Denis & Schiffermüller, 1775) is een zeldzame nachtvlinder in Oost-Vlaanderen. Is een soort die vooral voorkomt in de Kempen (Antwerpen en Limburg).

Deze nachtvlinder is nog nooit in Oost-Vlaanderen waargenomen. Maar dit jaar is hij al op 4 plaatsen waargenomen.

Vliegtijd en gedrag:
Half september – begin november en na de overwintering van begin maart – half mei. De vlinders komen zowel op licht als op smeer en bezoeken bloemen van onderandere klimop.

Waardplanten
jonge rupsen eten van de knoppen van diverse loofbomen, waaronder eik, iep en haagbeuk; oudere rupsen eten ook van kruidachtige planten, waaronder paardenbloem, weegbree, walstro en viooltje.

Habitat:
Bossen en struwelen.

roodkopwinteruil

 

auteur en foto's - Dirk Baert

 


download het jaarverslag 2010

 

Opmerkelijke waarnemingen voor september 2010:

KAJATEHOUTSPANNER

Kajatehoutspanner: Pelurga comitata (Linnaeus, 1758) is een zeldzame nachtvlinder  voor het ganse land.
Is een spanner die vliegt van half juni – half september in gewoonlijk één generatie. De vlinders vliegen vanaf de schemering en komen op licht.

De rups leeft van diverse planten, waaronder melde en ganzenvoet. De soort overwintert als pop in de grond.

Habitat: ruige open plekken, zowel op het platteland als in stedelijke omgeving . Ook in tuinen

kajatehoutspanner

EGALE STIPSPANNER

Egale stipspanner: Idaea straminata (Borkhausen, 1794) is een zeldzame macronachtvlinder voor België. 
Het is volgens waarnemingen.be de eerste maal dat deze in Oost-Vlaanderen wordt waargenomen. Wordt vooral waargenomen in Antwerpen en Limburg.
Is een spanner die vliegt van juni tot begin augustus in één generatie, soms een tweede generatie tot half september. De vlinders vliegen vanaf de schemering en komen meestal in kleine aantallen op licht.

De rups leeft van kruidachtige planten. De soort overwintert als rups en verpopt zich in de strooisellaag.

egale stipspanner

 

Opmerkelijke waarnemingen voor augustus 2010:

ZOMERDUINMOT

Zomerduinmot: Nyctegretis lineana (Scopoli, 1786) is een zeer zeldzame microvlinder.
Deze werd gevangen tijdens de nachtvlinderavond op 28 augustus op Panneweel (Meerdonk). Een soort die sporadisch landinwaarts wordt aangetroffen. De adult vliegt van juni tot in september. De rupsen leven in een gesponnen kokertje onderin de voedselplant.

Voedselplanten: Kattendoorn (Ononis repens spp.spinosa) Kruipend stalkruid ( Ononis repens spp. Repens). Soms ook op klaver (Trifolium spec.)

zomerduinmot

VIERVLEKSTELTMOT

Viervleksteltmot: Calybites phasianipennella (Hübner, 1813) is een vrij algemene soort maar zou volgens waarnemingen.be de eerste maal zijn dat ze in Oost-Vlaanderen wordt waargenomen. Een kleine soort die waarschijnlijk wel eens over het hoofd wordt gezien. 
Is een soort die op kruidachtige planten leeft. Vooral Rumex (zuring), Lysimachia vulgaris (grote wederik) en Polygonum (duizendknoopkruid).

viervleksteltmot

GESTIPPELDE RIETBOORDER

Gestippelde rietboorder: Archanara geminipuncta (Haworth, 1809) is een zeldzame soort voor Oost- en West-Vlaanderen. 
Is een soort die vooral voorkomt in rietlanden, maar ook slootkanten, rivieroevers en moerassen. De rups leeft in een stengel van de waardplant en wisselt tijdens het groeien diverse malen van plant. De verpopping gebeurt onder in een stevige stengel van de waardplant met de kop naar beneden. De soort overwintert als ei.

Waardpant: riet

gestippelde rietboorder

SATIJNSTIPSPANNER

Satijnstipspanner: Idaea subsericeata (Haworth, 1809) is een zeldzame macronachtvlinder voor België.
Is een soort die voorkomt in bossen, struwelen, ruige graslanden, heiden en tuinen. De soort overwintert als rups en verpopt zich in losse aarde.

Waardplanten: diverse kruidachtige planten.

satijnstipspanner

RUSSENUIL

Russenuil: Coenobia rufa (Haworth, 1809) is een zeldzame nachtvlinder in Oost- en West-Vlaanderen. Is een soort die vooral voorkomt in moerassen en natte weiden. De rups leeft in de stengel van de waardplant en wisselt tijdens het groeien geregeld van plant. De soort overwintert als rups en verpopt zich onder in een oude stengel van de waardplant.

Waardplant: diverse russen

russenuil

ORANJE EIKENBLADROLLER

Oranje eikenbladroller: Cydia amplana (Hübner, 1799) is een zeldzame micronachtvlinder. 
Is nog maar tweemaal waargenomen in Oost-Vlaanderen ( 1 maal in 2008 en nu in 2010, bron waarnemingen.be). Is een soort die voornamelijk wordt waargenomen op locaties waar vrijstaande eiken aanwezig zijn, het liefst met vrij jonge loten waar de rups in het najaar leeft in eikels.

oranje eikenbladroller

 

Opmerkelijke waarnemingen voor juli 2010:

ZWARTE RIETPRACHTMOT

Zwarte rietprachtmot-Cosmopterix scribaiella (Zeller, 1850) is een vrij zeldzame micro nachtvlinder die vooral voorkomt waar de voedselplant in relatief droog gebied groeit, vaak onder bomen.

Waardplant: Phragmites australis (riet)

Is volgens het begin van de waarnemingen van natuurpunt de eerste keer dat deze  nachtvlinder opgemerkt wordt in Oost-Vlaanderen. Andere waarnemingen vooral uit Antwerpen en Limburg.

zwarte rietprachtmot

GEELBRUINE RIETBOORDER

Geelbruine rietboorder - Archanara dissoluta (Treitschke, 1825) is een zeldzame soort voor Vlaanderen. Zou volgens waarnemingen.be nog maar 4 maal waargenomen zijn in Oost-Vlaanderen. Andere waarnemingen komen uit Limburg, Antwerpen en Vlaams-Brabant.

Is een nachtvlinder die als waardplant riet heeft. Heeft dus als habitat rietlanden en slootkanten.

geelbruine rietboorder

In de maanden juni en juli werden een paar opmerkelijke waarnemingen gedaan, zo is er de vale duinrietboorder en het gemarmerd heide-uiltje waargenomen in Sint- Gillis-Waas.

VALE DUINRIETBOORDER

Wordt aanzien als een zeer zeldzame soort in Oost-Vlaanderen. Mijn waarneming zou volgens waarnemingen.be  de eerste zijn in Oost-Vlaanderen .

Is een nachtvlinder die als waardplant duinriet en hennegras heeft. Is een soort die als habitat iets drogere delen van moerassen of andere moerasachtige gebieden en duinen heeft.

vale duinrietboorder

GEMARMERD HEIDE-UILTJE

Wordt aanzien als een niet zo’n frequent voorkomende soort in Oost-Vlaanderen. Volgens waarnemingen.be is deze soort nog maar 3 maal waargenomen in Oost-Vlaanderen. In 2006, 2008 en nu in 2010.

Is een nachtvlinder die als waardplant diverse kruidachtige en houtachtige planten heeft, waaronder brem, struikhei, tormentil en vijfvingerkruid. 
Is een soort die als habitat bossen, heiden, wegbermen en andere open plaatsen heeft.

gemarmerd heide uiltje

 

auteur en foto's - Dirk Baert

 


download het volledige jaarverslag 2009 (pdf)

 

Opzet onderzoek en doelstellingen

Om een beter inzicht van de diversiteit te krijgen is een gestructureerd onderzoek noodzakelijk. Dit is mogelijk door elke week 1maal een nachtvlinderval op een vaste plaats te plaatsen en de gegevens te verzamelen.
Dit is een statistisch verantwoorde methode en de verkregen resultaten kunnen dan vergeleken worden met die van de volgende jaren. Door deze opzet kunnen eventuele conclusies over bijvoorbeeld de diversiteit worden getrokken.

Deze onderzoeken worden in samenwerking met Natuurpunt toegevoegd aan het  “Nachtvlindermeetnet”.

Met het nachtvlindermeetnet wil Natuurpunt lange tijdsreeksen opbouwen van (macro-) nachtvlinderwaarnemingen. Ook trachten ze na te gaan welke verschillen in soortendiversiteit er zijn tussen bijv. agrarische  en natuurlijke landschappen.

Hiervoor worden op heel wat locaties in Vlaanderen (veelal in tuinen) op regelmatige basis nachtvlinders gevangen op een gestandaardiseerde methode (met een skinnerval). Alle soorten worden nauwkeurig gedetermineerd, en met het precieze aantal genoteerd en ingevoerd. Een projectscherm op het invoerportaal waarnemingen.be fungeert hier als meldpunt.

 

Gebruikte vangmethoden

Als  vlinderval wordt een Jacobs-skinnerval  met een 125W HPL-lamp gebruikt.

 

skinnerval

 

Deze val bestaat uit een kwikdamplamp met daaronder een trechter gevormd door twee schuine  plexiglazenplaten. Onder de doorzichtige platen staan eierkartons zodat de vlinders er tot rust kunnen komen.

 

Resultaten

In 2009 werden de eerste waarnemingen pas vastgelegd in april. Het is de bedoeling de volgende jaren deze waarnemingen te starten van begin maart.

Dit jaar werd er over een periode april – oktober, 27 waarnemingsdatum vastgelegd; met als resultaat  3567 nachtvlinders.

  • 176 soorten macronachtvlinders (waarvan 5 zeldzame soorten)
    • Bosbesbruintje (Macaria brunneata)
    • Sneeuwbeer (Spilosoma urticae)
    • Kajatehoutspanner (Pelurga comitata)
    • Koekoeksbloemspanner (Perizoma affinitata )
    • Paddenstoeluil (Parascotia fuliginaria)
  • 67 soorten micronachtvlinders

De waarnemingen werden vooral gericht op de macronachtvlinders, vandaar het lage micro nachtvlinders  soortenaantal.

Er waren ook een aantal bijvangsten: meikever, zwarte doodgraver, zweefvliegen, vliegen, muggen, langpootmuggen, gaasvliegen, kokerjuffers, sluipwespen en andere keversoorten.

 

vervolg veldonderzoek

De gevolgde methodiek en bijhorende vangstresultaten geven een beter inzicht in de diversiteit in het gebied aan de watergang te Sint-Gillis-Waas.

We zien de dit jaar waargenomen soorten rijkdom dan ook als basis voor verder onderzoek de volgende jaren.

 

Dankwoord

Mijn dank gaat uit naar Natuurpunt Waasland-Noord voor de aangeboden mogelijkheid om dit onderzoek naar nachtvlinders te kunnen bewerkstelligen.  Dit via de aankoop van een Jacobs-Skinnerval.

Ook bedank ik Hugo De Beuckeleer voor de opleiding en hulp bij het determineren en het maken van foto’s.

 

auteur -  Dirk Baert