Natuurgebieden

De onkruiden van schrale droge zandgronden tieren er weelderig met kromhals, driekleurig viooltje, bleke klaproos, kleine leeuwenklauw, klein tasjeskruid en gewone reigersbek als meest voorkomende. In de nooit geploegde randen van de “vaag” staat een veelkleurige begroeiing van St-janskruid, grasklokje en in een door wegeniswerken verrijkte berm: beemdkroon, grote ratelaar, rapunzelklokje en echt knoopkruid.

 

 

De kleine vuurvlinder vindt  op de talrijk aanwezige  schapezuring een goede waardplant voor zijn rupsen. Ook de veldkrekel laat er in het voorjaar zijn eentonig lied  horen.

Gescheiden door de Koningstraat en een smalle strook particulier bos horen er ook nog 2 ha moerasloofbos bij het reservaat. Hier geen open landschap maar een opgeschoten hakhoutbos op natte bodem. Naast vooral zomereik, zwarte els en berk vinden we ook lijsterbes en vuilboom. Overvloedige braamopslag vormt hier een probleem en wordt door de conservator uitgetrokken.

Het bos evolueert momenteel naar een eiken-hulsttype met steeds meer opschietende jonge hulststruiken.

De variatie aan bomen brengt een belangrijke paddestoelenflora met zich mee. De paddenstoelenwerkgroep van Natuurpunt noteerde reeds meer dan 150 soorten.

 

Meer informatie bij Marc De Meireleir.