Natuurstudie

banner natuurstudie

Kenmerkend voor het gebied is een kreek met open water met langs de oevers riet en knotwilgen. Aan de noordoostelijke kant vinden we een moerassig bosje dat aan de wijk de Tragel grenst. De inventarisaties gebeuren op het volledige gedeelte van de Grote Geul dat gelegen is tussen de Sint Kornelisstraat en de baan Kieldrecht – Verrebroek.

 

Rietvogels 

 

2009

2010

2011

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

blauwborst

4-5

4

3-4

5

4

6

4

5

3

3

bosrietzanger

1-2

2-3

2-3

2

4

4

5

1

5

5

bruine kiekendief

0

1

1

3

1

1

0

0

0

0

kleine karekiet

20-22

30-35

33-37

44

36

45

62

36

61

69

rietgors

4-5

5-6

7-8

6

3

5

5

4

7

5

rietzanger

2-3

5-6

10-11

7

9

7

21

17

12

12

sprinkhaanzanger

0

0

0

1

1

0

1

0

0

0

snor

0

2

1

1

0

0

2

0

2

0

winterkoning

16-18

21-22

11-12

15

10

15

13

11

10

13

Cetti's zanger - - - - - - - 2 2 3

 De getallen vermeld in de tabellen geven het aantal broedparen weer.

De aantallen rietvogels blijven vrij stabiel. De snor en de sprinkhaanzanger zijn onregelmatige broedvogels. In 2015 heeft de bruine kiekendief zich verplaatst richting Kieldrechtse watergang.. Een nieuwkomer is de Cetti’s zanger.

 

Zangers, mezen en lijsters

 

2009

2010

2011

2012

2013

2014

2015

2016

2017 2018

tjiftjaf

9-11

9-10

10-11

11

7

10

11

9

6 6

zwartkop

2-3

4-5

4-5

5

2

4

3

2

5 6

tuinfluiter

0

(1)

0

1

0

0

0

0

0 1

spreeuw

1-2

2-3

2-3

1

1

1

2

1

0 0

vink

2-3

2-3

3-4

3

3

1

2

3

1 1

koolmees

6-7

8-10

8-10

7

7

5

7

4

1 4

pimpelmees

2-3

5-6

4-5

6

5

4

6

7

4 1

grasmus

1-2

1

2-3

2

3

2

2

3

4 3

zanglijster

1-2

1-2

1-2

1

1

1

0

2

0 0

grote Lijster

1-2

1-2

1-2

1

2

1

1

1

0 0

 

De meeste van deze vogels broeden vooral in de bosjes, de tuinen en de houtkanten die aan het reservaat grenzen. Naar gelang de knotwilgen ouder worden en meer holtes gaan vertonen mogen we ook meer holenbroeders zoals mezen verwachten.

 

Duiven, spechten, boomkruiper

Houtduif en Turkse tortel werden niet geteld, ze komen bijzonder talrijk voor in de omgeving. Jaarlijks noteren we op de Grote Geul 1 tot 2 broedgevallen voor groene specht, grote bonte specht en boomkruiper.

 

Mussen, Heggenmussen, ekster en kauw

We hebben tot op heden nog geen broedgevallen van mussen vastgesteld binnen de grenzen van het reservaat. Enkele heggenmussen broeden in de omringende tuinen.. Aan de achterkant van het reservaat staan er enkele dode populieren met talrijke holtes. Hier heeft er zich een kolonie kauwen gevestigd.

 

Roofvogels en uilen

Buizerd en torenvalk hebben het in de buurt van de Grote Geul moeilijk om te komen tot een geslaagd broedgeval.

 

Futen, ganzen, eenden, meerkoeten en  waterhoenen

De wilde eend, meerkoet en waterhoen zijn op de Grote Geul vrij talrijke broedvogels. Krakeend, slobeend, kuifeend, wintertaling en fuut zijn tijdens de wintermaanden en de vroege lente aanwezig maar verdwijnen voor het broedseizoen aanvangt. Sinds het begin van onze inventarisaties ( 2004 ) hebben we voor deze vier soorten eenden en de fuut nog geen broedgevallen mogen vaststellen. In 2011 werd er voor de eerste keer een broedgeval van krakeend geregistreerd. De bergeend is op de Geul een onregelmatige broedvogel. Voor de Nijlgans ende grauwe gans noteren we jaarlijks 1 tot 2 broedgevallen en voor de Canadese gans gemiddeld 6 broedgevallen.