inventarisatie

  • Met het warme weer van de voorbije weken is het libellenseizoen van start gegaan. Ondertussen, einde april, staat de teller op 8 waargenomen soorten (inventarisatie libellen KvS). De Glassnijder, de Vroege glazenmaker en Variabele waterjuffer zetten we graag in de kijker.

  • bruin blauwtje

    bruin blauwtje ©Marc Gevers

     

    gegevens tem 2019  waarnemingen.be

      Kreken van Saleghem
      V L 2020

    Totaal

    Zwartsprietdikkopje - Thymelicus lineola  2013  2013  
    Groot dikkopje - Ochlodes sylvanus 2013 2019  
    Koninginnenpage - Papilio machaon 2011 2019  
    Oranjetipje - Anthocharis cardamines 2013 2019  √  
    Groot koolwitje - Pieris brassicae 2009 2018  
    Klein koolwitje - Pieris rapae 2009 2019  √ 
    Klein geaderd witje - Pieris napi 2007 2019  √  
    Oranje luzernevlinder - Colias crocea 2013 2019  
    Citroenvlinder - Gonepteryx rhamni  2015 2019    √ 
    Kleine vuurvlinder - Lycaena phlaeas 2009 2019   √ 
    Boomblauwtje - Celastrina argiolus 2013 2019   √ 
    Bruin blauwtje - Aricia agestis 2010 2019  √ 
    Icarusblauwtje - Polyommatus icarus 2009 2019  √ 
    Kleine parelmoervlinder - Issoria lathonia 2016 2016
    Atalanta - Vanessa atalanta
    2011 2019  √ 
    Distelvlinder - Vanessa cardui 2009 2019  
    Dagpauwoog - Aglais io 2009 2019  √ 
    Kleine vos - Aglais urticae 2013 2016  
    Grote vos - Nymphalis polychloros  2018 2018   
    Gehakkelde aurelia - Polygonia c-album 2010 2019  
    Landkaartje - Araschnia levana  2013  2019  
    Bruin zandoogje - Maniola jurtina 2009 2019  
    Oranje zandoogje - Pyronia tithonus 2009 2019  
    Bont zandoogje - Pararge aegeria 2007 2019  √ 
    Argusvlinder - Lasiommata megera 2012 2012
    Hooibeestje - Coenonympha pamphilus 2017 2019  
    Totaal   26  20  26

    Gele luzernevlinder (2013) werd niet opgenomen in de lijst wegens 'geen bewijs'. 
    Grote weerschijnvlinder (2017) - gegevens zijn verborgen

     

     

    laatst bijgewerkt 4 november 2020

  • Het Floristisch Onderzoek voor Natuurbehoud (FON) is een feitelijke vereniging, een groep van floristen die zowel onderzoek doen naar Hogere als Lagere planten. Zowel beginners als meer ervaren floristen vinden hier hun gading.

    Ben jij een plantenliefhebber en wil je graag mee op stap gaan, dan is dit een warme oproep. De activeiten staan open voor alle belangstellenden; zelfs absolute beginners zijn welkom.

    De verslagen van inventarisaties in onze streek:


  • De Werkgroep Natuurstudie volgt al vele jaren de evolutie van het plantengroei op in onze natuurgebieden. De gegevens hiervan worden gebruikt om het natuurbeheer aan te sturen en op te volgen.

     

  • Kenmerkend voor het gebied is een kreek met open water met langs de oevers riet en knotwilgen. Aan de noordoostelijke kant vinden we een moerassig bosje dat aan de wijk de Tragel grenst. De inventarisaties gebeuren op het volledige gedeelte van de Grote Geul dat gelegen is tussen de Sint Kornelisstraat en de baan Kieldrecht – Verrebroek.

     

    Rietvogels 

     

    2009

    2010

    2011

    2012

    2013

    2014

    2015

    2016

    2017

    2018

    blauwborst

    4-5

    4

    3-4

    5

    4

    6

    4

    5

    3

    3

    bosrietzanger

    1-2

    2-3

    2-3

    2

    4

    4

    5

    1

    5

    5

    bruine kiekendief

    0

    1

    1

    3

    1

    1

    0

    0

    0

    0

    kleine karekiet

    20-22

    30-35

    33-37

    44

    36

    45

    62

    36

    61

    69

    rietgors

    4-5

    5-6

    7-8

    6

    3

    5

    5

    4

    7

    5

    rietzanger

    2-3

    5-6

    10-11

    7

    9

    7

    21

    17

    12

    12

    sprinkhaanzanger

    0

    0

    0

    1

    1

    0

    1

    0

    0

    0

    snor

    0

    2

    1

    1

    0

    0

    2

    0

    2

    0

    winterkoning

    16-18

    21-22

    11-12

    15

    10

    15

    13

    11

    10

    13

    Cetti's zanger - - - - - - - 2 2 3

     De getallen vermeld in de tabellen geven het aantal broedparen weer.

    De aantallen rietvogels blijven vrij stabiel. De snor en de sprinkhaanzanger zijn onregelmatige broedvogels. In 2015 heeft de bruine kiekendief zich verplaatst richting Kieldrechtse watergang.. Een nieuwkomer is de Cetti’s zanger.

     

    Zangers, mezen en lijsters

     

    2009

    2010

    2011

    2012

    2013

    2014

    2015

    2016

    2017 2018

    tjiftjaf

    9-11

    9-10

    10-11

    11

    7

    10

    11

    9

    6 6

    zwartkop

    2-3

    4-5

    4-5

    5

    2

    4

    3

    2

    5 6

    tuinfluiter

    0

    (1)

    0

    1

    0

    0

    0

    0

    0 1

    spreeuw

    1-2

    2-3

    2-3

    1

    1

    1

    2

    1

    0 0

    vink

    2-3

    2-3

    3-4

    3

    3

    1

    2

    3

    1 1

    koolmees

    6-7

    8-10

    8-10

    7

    7

    5

    7

    4

    1 4

    pimpelmees

    2-3

    5-6

    4-5

    6

    5

    4

    6

    7

    4 1

    grasmus

    1-2

    1

    2-3

    2

    3

    2

    2

    3

    4 3

    zanglijster

    1-2

    1-2

    1-2

    1

    1

    1

    0

    2

    0 0

    grote Lijster

    1-2

    1-2

    1-2

    1

    2

    1

    1

    1

    0 0

     

    De meeste van deze vogels broeden vooral in de bosjes, de tuinen en de houtkanten die aan het reservaat grenzen. Naar gelang de knotwilgen ouder worden en meer holtes gaan vertonen mogen we ook meer holenbroeders zoals mezen verwachten.

     

    Duiven, spechten, boomkruiper

    Houtduif en Turkse tortel werden niet geteld, ze komen bijzonder talrijk voor in de omgeving. Jaarlijks noteren we op de Grote Geul 1 tot 2 broedgevallen voor groene specht, grote bonte specht en boomkruiper.

     

    Mussen, Heggenmussen, ekster en kauw

    We hebben tot op heden nog geen broedgevallen van mussen vastgesteld binnen de grenzen van het reservaat. Enkele heggenmussen broeden in de omringende tuinen.. Aan de achterkant van het reservaat staan er enkele dode populieren met talrijke holtes. Hier heeft er zich een kolonie kauwen gevestigd.

     

    Roofvogels en uilen

    Buizerd en torenvalk hebben het in de buurt van de Grote Geul moeilijk om te komen tot een geslaagd broedgeval.

     

    Futen, ganzen, eenden, meerkoeten en  waterhoenen

    De wilde eend, meerkoet en waterhoen zijn op de Grote Geul vrij talrijke broedvogels. Krakeend, slobeend, kuifeend, wintertaling en fuut zijn tijdens de wintermaanden en de vroege lente aanwezig maar verdwijnen voor het broedseizoen aanvangt. Sinds het begin van onze inventarisaties ( 2004 ) hebben we voor deze vier soorten eenden en de fuut nog geen broedgevallen mogen vaststellen. In 2011 werd er voor de eerste keer een broedgeval van krakeend geregistreerd. De bergeend is op de Geul een onregelmatige broedvogel. Voor de Nijlgans ende grauwe gans noteren we jaarlijks 1 tot 2 broedgevallen en voor de Canadese gans gemiddeld 6 broedgevallen.

     


  • Langs het deel van de Kieldrechtse watergang gelegen ten westen van de polderstraat werken we aan een project om de natuur te herstellen en te beschermen. Verschillende percelen worden hier door Waasland Noord beheerd. Sinds enkele jaren volgen we hier ook de evolutie van de broedvogels op. De resultaten van vijf jaar onderzoek zijn veel belovend.

      

     

    2013

    2014

    2015

    2016

    2018

    Bergeend

    1

    1

    0

    1

    0

    Krakeend

    0

    1

    1

    1

    1

    Slobeend

    1

    0

    1

    1

    1

    Buizerd

    0

    0

    1

    0

    1

    Torenvalk

    0

    1

    1

    0

    0
    Waterhoen         6
    Meerkoet         3

    Holenduif

    2

    1

    0

    1

    1

    Houtduif

    5

    4

    3

    1

    3

    Steenuil

    0

    1

    0

    0

    1

    Groene specht

    2

    1

    1

    1

    1

    Grote bonte specht

    1

    1

    0

    1

    1

    Heggenmus

    3

    2

    1

    0

    1

    Blauwborst

    5

    4

    2

    4

    2

    Zanglijster

    1

    0

    0

    0

    0

    Tuinfluiter

    1

    1

    0

    0

    0

    Zwartkop

    2

    4

    3

    2

    5

    Grasmus

    4

    4

    0

    2

    6
    Graspieper         1
    Cetti's zanger         1

    Bosrietzanger

    3

    8

    5

    0

    3

    Kleine karekiet

    7

    11

    10

    2

    8
    Rietgors         1

    Tjiftjaf

    5

    6

    4

    4

    3

    Winterkoning

    8

    5

    4

    4

    6

    Pimpelmees

    3

    0

    2

    1

    2

    Koolmees

    3

    2

    1

    3

    5

    Boomkruiper

    1

    1

    1

    1

    1

    Spreeuw

    3

    3

    4

    4

    4

    Vink

    0

    1

    3

    0

    1

    Putter

    0

    3

    1

    0

    0

      


  • De broedvogelinventarisatie omvat het gebied begrensd door de Groenendijk, de Krekeldijk, de Zalegemdijk en de Rietlandstraat.

     

    De kreken van Saleghem, een gevarieerd gebied

    Kenmerkend zijn open water, met riet begroeide oevers, moerassige bosjes, stroken grasland, knotwilgen, ruigte, jong bos ( struikvorming en jonge bomen) en enkele (kleine) oudere bospercelen. We kunnen er vertegenwoordigers verwachten van heel wat vogelgroepen: zangvogels, spechten, eenden, futen, reigers, rallen, roofvogels en zelfs steltlopers. De verschillende soorten broedvogels komen echter niet willekeurig in het gebied voor, maar kiezen welbepaalde zones die voor hun territoriaal gedrag en hun wijze van nestbouw en voedselzoeken geschikt zijn.

     

    Rietkragen = belangrijk voor rietvogels

    Door de aanwezigheid van mooie rietkragen is het gebied vooral interessant voor rietvogels. Het aantal soorten in een rietveld of in een waterpartij hangt vooral af van de structuur van de plantengroei. Het al dan niet voorkomen van zuiver riet (nieuw of overjarig), riet in diep water (max 1 m) , verruigd rietland, struikopslag, open plaatsen met ondiep water, slikrandjes en grasland zal een directe invloed hebben op de vogelsoorten in het gebied. 

     

     

    2006

    2008

    2014

    2015

    2016

    2018

    blauwborst

    2 tot 3

    5

    8

    5

    10

    5

    bosrietzanger

    3 tot 5

    10

    7

    1

    4

    3

    bruine kiekendief

    2

    1

    1

    1

    1

    1

    kleine karekiet

    12 tot 15

    24

    12

    20

    27

    29

    rietgors

    2 tot 3

    7

    4

    3

    3

    6

    rietzanger

    0

    4

    6

    8

    4

    2

    winterkoning*

    >10

    30

    35

    37

    45

    34

     De getallen vermeld in de tabellen geven het aantal territoria of broedparen weer.

    Regelmatig riet maaien met afvoeren van het maaisel en het kappen van struiken in de rietkragen is noodzakelijk om onze rietvogels te behouden. De winterkoning broedt zowel in riet als in bosjes. De bruine kiekendief is de laatste jaren een regelmatige broedvogel met in de Kreken van Salegem 1 tot 2 broedparen.

     

    Zangers, mezen, vliegenvangers en lijsters

     

    2006

    2008

    2014

    2015

    2016

    2018

    tjiftjaf

    >10

    31

    31

    24

    23

    18

    fitis

    3

    1 tot 2

    7

    3

    4

    2

    zwartkop

    6 tot 7

    16

    14

    20

    16

    16

    tuinfluiter

    4

    8

    6

    12

    3

    0

    spreeuw

    2

    1

    2

    2

    2

    1

    groenling

    0

    1

    0

    0

    1

    0

    vink

    6

    8

    7

    9

    12

    4

    koolmees

    >5

    13

    17

    18

    15

    22

    pimpelmees

    >5

    6

    8

    12

    13

    7

    staartmees

    1 tot 3

    3

    6

    0

    4

    3

    roodborst

    4

    4

    7

    4

    14

    1

    grasmus

    6 tot 7

    6

    3

    9

    6

    7

    spotvogel

    0

    1 tot 2

    1

    1

    0

    0

    merel

    > 5

    16 tot 18

    21

    23

    18

    18

    zanglijster

    3 tot 5

    7

    5

    7

    5

    3

    grote lijster

    2

    3 tot 4

    3

    5

    5

    5

    roodborsttapuit

    1

    1

    0

    0

    0

    0

    grauwe vliegenvanger

    2

    1 tot 2

    0

    0

    0

    0

     

    Het zijn vooral vogels van struiken en bosjes. Grasmussen vind je vooral langs de dijken, hier en daar een struikje of een jonge boom heeft voor deze soort een bijzondere aantrekkingskracht. 

     

    Duiven, spechten, boomkruipers  en ijsvogel

     

    2006

    2008

    2014

    2015

    2016

    2018

    holenduif

    3 tot 5

    5

    2

    1

    0

    4

    zomertortel

    1

    1

    0

    0

    0

     

    boomkruiper

    4-5

    3

    3

    4

    10

    5

    groene specht

    1 tot 2

    1 tot 3

    4

    5

    3

    2

    Grote bonte specht

    4

    5

    2

    1

    2

    2

    ijsvogel

    1

    1

    1

    1

    2

    0

     

    Houtduif en Turkse tortel worden niet geteld, ze komen bijzonder talrijk voor in de omgeving. Houtduiven leggen bij het op zoek gaan naar voedsel vrij grote afstanden af en zijn daardoor moeilijk te inventariseren. IJsvogel broedt mogelijk in de wand die we enkele jaren geleden speciaal voor deze soort aangelegd hebben. 

     

    Huismus, ringmus en heggenmus

    Een kleine kolonie huismussen broedt in de hagen rond het Natuurhuis. De ringmus kiest voor de talrijke nestkastjes die in de boomgaard hangen. In de omgeving van het Natuurhuis hoor je in de vroege lente verschillende zangposten van de heggenmus.

     

    Roofvogels en uilen 

     

    2006

    2008

    2014

    2015

    2016

    2018

    buizerd

    1

    1 tot 2

    3

    2

    2

    1

    torenvalk

    1

    1 tot 2

    1

    1

    0

    0

    sperwer

    2

    1

    0

    0

    1

    1

    kerkuil

    0

    1

    1

    1

    1

    1

    steenuil

    1 tot 2

    2 tot 3

    1

    1

    1

    6

    ransuil

    1

    0

    0

    0

    1

    0

     

    Ekster, gaai, zwarte kraai, kauw

    Ekster, zwarte kraai, gaai en kauw zijn in het Krekengebied regelmatige broedvogels met verschillende broedparen.

     

    Reigers , futen, zwanen, ganzen, eenden, meerkoeten en waterhoenen 

     

    2006

    2008

    2014

    2015

    2016

     2018

    Nijlgans

    1 tot 2

    2

    3

    1

    1

     1

    Canadese gans

    2 tot 3

    3

    2

    1

    0

     <5

    grauwe gans

    0

    1

    3

    1

    11

     1

    knobbelzwaan

    0

    1

    0

    0

    0

    fuut

    6

    4

    1

    2

    3

     1

    dodaars

    0

    1

    0

    0

    0

    2

    blauwe reiger

    10 tot 12

    12 tot 15

    15-20

    17

    17

     10

     

    Wilde eend, waterhoen en meerkoet werden niet geteld, ze komen vrij talrijk voor. Krakeend, slobeend, kuifeend, wintertaling en bergeend worden regelmatig waargenomen tijdens het broedseizoen. Eenden met pas uitgekomen jongen laten zich op de Salegemkreek echter moeilijk zien. Succesrijke broedgevallen zijn hierdoor moeilijk vast te stellen. De kolonie blauwe reigers neemt langzaam in aantal toe. Een koppeltje dodaars broedt onregelmatig in het Panneweel. Het aantal exoten zoals Nijlgans en Canadese gans blijft beperkt tot minder dan vijf broedparen. De knobbelzwaan heeft sinds hier sinds 2006 niet meer gebroed.

     


  • pdf hier te downloaden

    tekst en foto's Karel Bryssinck


  • pdf hier te downloaden

    tekst en foto's Karel Bryssinck


  • Vogels zijn een geliefd natuurbeschermingsobject. Ze zijn relatief gemakkelijk te inventariseren en daardoor worden ze vaak gebruikt als indicator voor de natuurwaarde van een gebied. Een aantal leden van onze studiewerkgroep zijn reeds vele jaren actief bezig met het bestuderen van vogels en jaarlijks voeren zij verschillende broedvogelinventarisaties uit.

    In 2012 werd AVIMAP gelanceerd. Het is een digitaal platform waarmee vrijwilligers broedvogels in kaart kunnen brengen. Per broedseizoen worden er een aantal inventarisatierondes in een vooraf gekozen gebied uitgevoerd. De waargenomen vogelsoorten worden met de bijhorende broedvogelcode ingetekend op een kaart. Er bestaat een handige APP die toelaat de gegevens via de smartphone of tablet rechtstreeks op het terrein in te voeren. Later berekent Avimap aan de hand van de ingevoerde gegevens hoeveel territoria aanwezig zijn.

    Met Avimap worden door de werkgroep broedvogelinventarisaties uitgevoerd in de volgende gebieden: de Kreken van Saleghem, de Grote Geule en de Kieldrechtse watergang.


  • Deze plas ligt verder van de vogelgebieden op Linkeroever. De talrijkste gans is de Canadese gans (maximaal 150 ex.) gevolgd door enkele Nijlganzen. De grauwe gans is meestal afwezig. Met maximaal 350 exemplaren is de wilde eend veruit het talrijkst. In totaal tellen we hier voor de overige soorten eenden samen een 50 à 100 exemplaren. Verder zijn er op de plas een klein aantal meerkoeten, waterhoenen, blauwe reigers en aalscholvers aanwezig.

     


  • De Saleghemkreek toont tijdens de wintermaanden een ander beeld. Hier treffen we op de akkers naast de Saleghemkreek af en toe een groep grauwe ganzen aan van maximaal 250 ex. De Canadese gans laat een maximum optekenen van een 50-tal exemplaren. De Nijlgans is slechts aanwezig met enkele exemplaren. De wilde eend blijft hier ook de talrijkste eend met maximaal 150 ex. De krakeend, bergeend, wintertaling, kuifeend, slobeend, tafeleend en smient zijn tijdens de mid-maandelijkse tellingen meestal aanwezig met maximum 20 ex. per soort. Af en toe worden er een 10-tal futen, een 20-tal waterhoenen en een 100-tal meerkoeten geteld. In de buurt van de Groenendijk huist er een kolonie blauwe reigers. De aantallen voor deze soort bereiken in februari en maart een totaal van 30 à 40 vogels.

     


  • Tijdens de maand oktober komen de eerste grauwe ganzen toe en de aantallen kunnen in de omgeving van de Grote Geul oplopen tot meer dan 1000 ganzen. De kolgans is minder talrijk aanwezig, af en toe tellen we een groep van maximaal 500 kolganzen. Meestal vertrekken de ganzen tijdens de maand februari terug naar het noorden. De Canadese gans is het ganse jaar aanwezig, tijdens het winterhalfjaar is een groep van een 150 Canadese ganzen geen uitzondering. De wilde eend blijft met ruime voorsprong de talrijkste eend en kan een wintermaximum bereiken van 250 exemplaren. Soms start de slobeend in oktober met een 100-tal maar valt dan terug tot enkele exemplaren. De tellingen leveren tijdens de wintermaanden voor kuifeend, bergeend, krakeend, wintertaling en tafeleend lage cijfers op ( < 10 ex. per soort). De smient is een wintergast, het aantal varieert en kan een maximum bereiken van een 100-tal smienten . In de weiden naast de Sint-Kornelistraat overwintert er een groep meerkoeten met enkele waterhoenen ( maximaal 150 ex.). Op de plas pleisteren regelmatig ook enkele futen en aalscholvers. De grote zaagbek en de roerdomp blijven een zeldzame verschijning.

     


  • Sinds 1979/80 worden er in Vlaanderen elke winter zes midmaandelijkse tellingen georganiseerd ( periode oktober tot maart). Het doel van deze tellingen is een inzicht te verkrijgen in de aantallen, de trends en de verspreiding van de watervogels die tijdens de winter in onze wetlands ( = waterrijke gebieden) verblijven. De coördinatie van de tellingen en het beheer van de gegevensbank is sinds 1986 in handen van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek*. Tevens wordt er meegewerkt aan internationale watervogeltellingen met als belangrijkste de jaarlijkse "International Waterfowl Census". Deze internationale telling wordt gecoördineerd door Wetlands International** en vormt een belangrijke basis voor de bescherming van waterrijke gebieden onder de Ramsar-Conventie*** en de Europese Vogelrichtlijn. In Vlaanderen worden meer dan 500 gebieden geteld door ongeveer 400 amateur-veldornithologen.

    Door leden van onze werkgroep worden de watervogels op de Grote Geule, de Salegemkreek en op de plas van het Steengelaag geteld. De resultaten worden ingegeven via de website van het INBO.

    1. INBO: Instituur voor Natuur- en Bosonderzoek - www.inbo.be
    2. Wetlands International: een toonaangevende non-profit organisatie die zich op wereldvlak inzet voor de bescherming en het beheer van waterrijke gebieden - www.wetlands.org
    3. Ramsar conventie: Conventie ondertekent in 1971 in Ramsar (Iran) voor de bescherming van watervogelgebieden van internationale betekenis - www.ramsar.org

    Meer informatie over tellen van wintervogels vind je www.meetnetten.be

     

     


Word nu lid van de grootste natuurfamilie van Vlaanderen Lid worden