Natuurstudie

banner natuurstudie

De broedvogelinventarisatie omvat het gebied begrensd door de Groenendijk, de Krekeldijk, de Zalegemdijk en de Rietlandstraat.

 

De kreken van Saleghem, een gevarieerd gebied

Kenmerkend zijn open water, met riet begroeide oevers, moerassige bosjes, stroken grasland, knotwilgen, ruigte, jong bos ( struikvorming en jonge bomen) en enkele (kleine) oudere bospercelen. We kunnen er vertegenwoordigers verwachten van heel wat vogelgroepen: zangvogels, spechten, eenden, futen, reigers, rallen, roofvogels en zelfs steltlopers. De verschillende soorten broedvogels komen echter niet willekeurig in het gebied voor, maar kiezen welbepaalde zones die voor hun territoriaal gedrag en hun wijze van nestbouw en voedselzoeken geschikt zijn.

 

Rietkragen = belangrijk voor rietvogels

Door de aanwezigheid van mooie rietkragen is het gebied vooral interessant voor rietvogels. Het aantal soorten in een rietveld of in een waterpartij hangt vooral af van de structuur van de plantengroei. Het al dan niet voorkomen van zuiver riet (nieuw of overjarig), riet in diep water (max 1 m) , verruigd rietland, struikopslag, open plaatsen met ondiep water, slikrandjes en grasland zal een directe invloed hebben op de vogelsoorten in het gebied. 

 

 

2006

2008

2014

2015

2016

2018

blauwborst

2 tot 3

5

8

5

10

5

bosrietzanger

3 tot 5

10

7

1

4

3

bruine kiekendief

2

1

1

1

1

1

kleine karekiet

12 tot 15

24

12

20

27

29

rietgors

2 tot 3

7

4

3

3

6

rietzanger

0

4

6

8

4

2

winterkoning*

>10

30

35

37

45

34

 De getallen vermeld in de tabellen geven het aantal territoria of broedparen weer.

Regelmatig riet maaien met afvoeren van het maaisel en het kappen van struiken in de rietkragen is noodzakelijk om onze rietvogels te behouden. De winterkoning broedt zowel in riet als in bosjes. De bruine kiekendief is de laatste jaren een regelmatige broedvogel met in de Kreken van Salegem 1 tot 2 broedparen.

 

Zangers, mezen, vliegenvangers en lijsters

 

2006

2008

2014

2015

2016

2018

tjiftjaf

>10

31

31

24

23

18

fitis

3

1 tot 2

7

3

4

2

zwartkop

6 tot 7

16

14

20

16

16

tuinfluiter

4

8

6

12

3

0

spreeuw

2

1

2

2

2

1

groenling

0

1

0

0

1

0

vink

6

8

7

9

12

4

koolmees

>5

13

17

18

15

22

pimpelmees

>5

6

8

12

13

7

staartmees

1 tot 3

3

6

0

4

3

roodborst

4

4

7

4

14

1

grasmus

6 tot 7

6

3

9

6

7

spotvogel

0

1 tot 2

1

1

0

0

merel

> 5

16 tot 18

21

23

18

18

zanglijster

3 tot 5

7

5

7

5

3

grote lijster

2

3 tot 4

3

5

5

5

roodborsttapuit

1

1

0

0

0

0

grauwe vliegenvanger

2

1 tot 2

0

0

0

0

 

Het zijn vooral vogels van struiken en bosjes. Grasmussen vind je vooral langs de dijken, hier en daar een struikje of een jonge boom heeft voor deze soort een bijzondere aantrekkingskracht. 

 

Duiven, spechten, boomkruipers  en ijsvogel

 

2006

2008

2014

2015

2016

2018

holenduif

3 tot 5

5

2

1

0

4

zomertortel

1

1

0

0

0

 

boomkruiper

4-5

3

3

4

10

5

groene specht

1 tot 2

1 tot 3

4

5

3

2

Grote bonte specht

4

5

2

1

2

2

ijsvogel

1

1

1

1

2

0

 

Houtduif en Turkse tortel worden niet geteld, ze komen bijzonder talrijk voor in de omgeving. Houtduiven leggen bij het op zoek gaan naar voedsel vrij grote afstanden af en zijn daardoor moeilijk te inventariseren. IJsvogel broedt mogelijk in de wand die we enkele jaren geleden speciaal voor deze soort aangelegd hebben. 

 

Huismus, ringmus en heggenmus

Een kleine kolonie huismussen broedt in de hagen rond het Natuurhuis. De ringmus kiest voor de talrijke nestkastjes die in de boomgaard hangen. In de omgeving van het Natuurhuis hoor je in de vroege lente verschillende zangposten van de heggenmus.

 

Roofvogels en uilen 

 

2006

2008

2014

2015

2016

2018

buizerd

1

1 tot 2

3

2

2

1

torenvalk

1

1 tot 2

1

1

0

0

sperwer

2

1

0

0

1

1

kerkuil

0

1

1

1

1

1

steenuil

1 tot 2

2 tot 3

1

1

1

6

ransuil

1

0

0

0

1

0

 

Ekster, gaai, zwarte kraai, kauw

Ekster, zwarte kraai, gaai en kauw zijn in het Krekengebied regelmatige broedvogels met verschillende broedparen.

 

Reigers , futen, zwanen, ganzen, eenden, meerkoeten en waterhoenen 

 

2006

2008

2014

2015

2016

 2018

Nijlgans

1 tot 2

2

3

1

1

 1

Canadese gans

2 tot 3

3

2

1

0

 <5

grauwe gans

0

1

3

1

11

 1

knobbelzwaan

0

1

0

0

0

fuut

6

4

1

2

3

 1

dodaars

0

1

0

0

0

2

blauwe reiger

10 tot 12

12 tot 15

15-20

17

17

 10

 

Wilde eend, waterhoen en meerkoet werden niet geteld, ze komen vrij talrijk voor. Krakeend, slobeend, kuifeend, wintertaling en bergeend worden regelmatig waargenomen tijdens het broedseizoen. Eenden met pas uitgekomen jongen laten zich op de Salegemkreek echter moeilijk zien. Succesrijke broedgevallen zijn hierdoor moeilijk vast te stellen. De kolonie blauwe reigers neemt langzaam in aantal toe. Een koppeltje dodaars broedt onregelmatig in het Panneweel. Het aantal exoten zoals Nijlgans en Canadese gans blijft beperkt tot minder dan vijf broedparen. De knobbelzwaan heeft sinds hier sinds 2006 niet meer gebroed.