Natuurblog

Als ik je even mag rondleiden in het Speelhof.

Niveauverschillen van zo’n twee meter visualiseren hier de oude stuifduinen op zijn best, bovenop een aanpalende duinkruin zie je een dennenbos (broedplaats van ransuil en torenvalk).

 

Het gebiedje zelf situeert zich in het slenk of duinpangedeelte, variërend van matig tot tijdelijk sterk oppervlaktewater beïnvloed. De vegetatiebepalende factor is dus de graad van invloed of plaatselijk zelfs inundatie van het oppervlaktewater. Het samenspel van de voedselarme zandige bodem en het water, dat dan weer het ideale transportmiddel is voor opgeloste voedingszouten, is de dynamiek van het gebied . Het duizendguldenkruid markeert hier op een fijngevoelige manier het midden tussen nat en droog in het terrein, ecologisch symboliseert het de hartslag van het reservaat.

 

Tinkerpaarden zijn hier letterlijk en figuurlijk de trekpaarden van het natuurbeheer, zij borduren een variatie aan vegetatiepatronen . De kort gegraasde grasmat en paden zijn ideaal voor de ratelaar (eenjarige plant, gevoelig voor concurrentie in de kiemfase), de niet of weinig begraasde delen zijn dan weer ideaal voor bloemrijke ruigten en schuilplaats voor insecten.

De voor het gebied bloemenrijke periode begint van eind mei en loopt tot eind juli, beginnend met het aspect van de ratelaar (grasland of intensief begraasde zonering) om dan verder te gaan naar de bloemrijke ruigten (extensief begraasde zonering).

 

In de bloemrijke ruigte zijn vier soorten aspect bepalend : moerasrolklaver, wederik, kattenstaart en kale jonker. Kattenstaart en kale jonker markeren de inundatiezone terwijl moerasrolklaver en wederik meer op de begrazingsintensiteit reageren.

 

Zowel het bloemrijke als de variatie in vegetatiestructuur maakt het gebied aantrekkelijk voor vlinders en insecten.

 

Wat vind je van het Speelhof niet mis hé ?

 

Info bij Franki Saman