Natuurblog

Dit natuurgebied bestaat uit een aantal oude kleiputten. De ontginning van de putten begon omstreeks 1880. Aanvankelijk gebeurde het uitgraven nog met de spade. De klei werd op wagentjes geladen en met paarden naar de steenbakkerij gebracht. Als relict van de vroegere kleiwinning staat hier nog de excavateur, schamateur in het Stekens dialect. Dit toestel uit 1913 schraapte de klei van de schuine wand en bracht hem in kleine spoorwagentjes. De exploitatie van de putten eindigde wanneer de steenbakkerij sloot in 1979.

 

 

De jongste kleiput heeft door zijn beschutte ligging een warm microklimaat. Voor libellen is dit een ideale plek. Keizerlibel, onze grootste libel, oeverlibel en ook vuurlibel zijn hier in de zomer steeds waar te nemen. Het mannetje van de oeverlibel is te herkennen aan zijn blauw berijpt achterlijf. De vuurlibel is een soort van het Middellands Zeegebied en komt hier al jaren voor. Ze plant zich hier ook voort. Vanuit een kijkhut kan je de vogels op de grote vijver observeren. Deze plas deed dienst als waterspaarbekken ten tijde van de kleiwinning. In de winter vertoeven hier veel wilde eenden, kuifeenden, tafeleenden en slobeenden. De Canadese gans, een exotische soort, zie je de laatste jaren ook steeds vaker.

 

Een stukje historiek

In dit deel van de gemeente Stekene treft men tot op 20 meter diepte klei aan in de bodem. In de 16de eeuw waren er meer dan 50 steen- en tichelbakkerijen werkzaam. De exploitatie van het Steengelaag kwam echter pas veel later op gang, in 1880 werd de Tuilerie Sainte-Marie opgericht. In wat nu de Oudste Kleiput wordt genoemd gebeurde het kleisteken nog met de spade.
In 1913 werd deze karwei geautomatiseerd door de indienstname van de kleibaggeraar (excavateur of schamateur in het lokale dialect). Als een stukje industriele archeologie staat deze nog steeds opgesteld aan de Jongste Kleiput. Eind jaren zeventig werd de uitbating van de kleiputten gestopt en kreeg de natuur hier vrij spel.
In 1981 werd het gebied als landschap beschermd en sinds 1992 is het in beheer bij Natuurpunt Waasland Noord. Onder het motto de natuur is er voor iedereen, werden wandelwegen aangelegd die voor voetgangers vrij toegankelijk zijn. 

 

Aan de natuur teruggegeven

 

Meer dan 100 jaar drukte de mens zijn stempel op dit landschap, maar nu is het teruggegeven aan de natuur. Het gebied is 31 ha groot en bestaat uit kleiputten, jong elzenbos, een oudere populierenaanplanting met heel wat dood hout, een grote vijver en een bloemrijk hooilandje. Die grote variatie oogt voor de wandelaar erg aantrekkelijk. Deze schakering in landschappen staat borg voor een grote natuurrijkdom. Doorheen het gebied loopt een wandelpad van ongeveer km lengte, aan de achterzijde van de grote vijver is er een vogelkijkwand. In de jongste delen zoals de omgeving van de jongste kleiput tref je nog heel wat pionierssoorten aan. Langsheen het talud staat in de zomer de grote kaardebol te pronken.

 

Ons hooilandje

Vlakbij de ingang langsheen de IJzerhandstraat ligt ons hooilandje. Dit wordt jaarlijks gemaaid om opslag van struiken te voorkomen en het bloemrijk te houden. In het voorjaar kleurt het wit en rose van de pinksterbloem en de echte koekoeksbloem. Andere planten die je hier later op het jaar kan aantreffen zijn ; grote ratelaar, moeraswalstro, kale jonker, valeriaan, penningkruid, . . . 

 

De grote vijver

Dit is de beste plaats voor het waarnemen van watervogels. Al naargelang het seizoen zijn hier te zien ; kuifeend, wintertaling, slobeend, tafeleend, dodaars. De vijver is ook erg visrijk (rietvoorn, zeelt, baars) en is een gegeerde prooi voor heel wat viseters. fuut, blauwe reiger en aalscholver zijn er dan ook geregeld waar te nemen.
Langsheen het pad dat naast de grote vijver loopt staan heel wat struiken zoals sleedoorn en meidoorn. Zij geven kleur, maar lokken ook heel wat insecten aan. Zeker als de wilde kamperfoelie in bloei staat komen heel wat nachtvlinders af op de zoete geur. Op een warme zomeravond ruik je ze reeds van ver.

 

Met de hand gegraven

Voorbij de Grote Vijver loop je langs de oudste kleiput. Deze werd nog volledig met de hand uitgegraven. De zware klei werd in karretjes geladen en naar boven getransporteerd. Hard labeur voor zowel de arbeiders als de trekdieren.
In grote delen hiervan zijn populieren aangeplant met daartussen natuurlijke uitzaaiing van zwarte els en berk. Het beheer bestaat hier uit "niets doen" . De door storm en andere oorzaken omgevallen bomen blijven gewoon liggen. Dood hout brengt immers leven in het bos. In dit deel behoren boomkruiper, groene en grote bonte specht tot de broedvogels. Natuurlijke holten zijn hier genoeg.

 

Meer info bij Marc Bogaerts of Hugo De Beuckeleer.

 

Nog meer informatie, met een doorklikbare gebiedskaart vind je op de website van de "levende natuur".