Natuurblog

Natuurblog

Ons natuurblog is een verzameling van studies, bedenkingen, observaties over onze natuurgebieden, over soorten, over allerlei interessante onderwerpen. 


Het Panneweelmoeras is ontstaan als een ondiep wiel of “panne” bij een beperkte doorbraak van de Grote Geule doorheen de smalle dekzandrug waarop nu de Krekeldijk ligt. Dit gebeurde bij de inundatie van de veengebieden van de Beneden-Schelde tijdens de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648).


Kreken en wielen zijn restanten van overstromingen. Hoewel er voordien reeds stormvloeden met dijkdoorbraken waren, werd de basis van het huidige landschap gelegd tijdens de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648) toen de Nederlanden in opstand kwamen tegen de Spaanse koning Filips II. Toen werd in 1584 de hele Wase polder onder water gezet ter verdediging van Antwerpen. Eb en vloed kregen zo tot in 1609 (de Kieldrechtpolder tot 1648) vrij spel en er ontstonden diepe geulen die na het herstel van de dijken in het landschap achterbleven als kreken en wielen.


Slechts 3 ha groot zijn de percelen die Natuurpunt beheert in de Gavers te Sint-Gillis. Geprangd tussen de autoweg E34 en het Stropersbos zijn deze natte hooilanden de enige die resten van het eertijds grotere gebied dat lag in een uithoek van de gemeente Kemzeke. De aanleg van de expresweg midden de drassige weilanden, eind van de jaren zestig, gaf een eerste zware slag aan dit oude cultuurlandschap. Recent werd de zuidelijke helft door de ambachtelijke zone ingepalmd, zodat alleen ten noorden van deze snelweg nog een 5-tal ha overblijft.


Het natuurgebied SPEELHOF situeert zich geologisch gezien op de stuifzandrug Stekene-Moerbeke.

Binnen dit inmiddels sterk genivelleerde relief van wat eens de ruggen en slenken van stuifduinen waren (landschappelijk komt dit zeer mooi tot uiting in de overgang naar het nabijgelegen dennenbos), maakt het Speelhof deel uit van een groter slenkenpatroon.


Als ik je even mag rondleiden in het Speelhof.

Niveauverschillen van zo’n twee meter visualiseren hier de oude stuifduinen op zijn best, bovenop een aanpalende duinkruin zie je een dennenbos (broedplaats van ransuil en torenvalk).


Dit natuurgebied bestaat uit een aantal oude kleiputten. De ontginning van de putten begon omstreeks 1880. Aanvankelijk gebeurde het uitgraven nog met de spade. De klei werd op wagentjes geladen en met paarden naar de steenbakkerij gebracht. Als relict van de vroegere kleiwinning staat hier nog de excavateur, schamateur in het Stekens dialect. Dit toestel uit 1913 schraapte de klei van de schuine wand en bracht hem in kleine spoorwagentjes. De exploitatie van de putten eindigde wanneer de steenbakkerij sloot in 1979.

 

In 1992 werd het beheer over het Steengelaag overgedragen aan Natuurpunt. Naar natuurwaarde toe was voor ons een goed maaibeheer van het hooilandje aan de Ijzerhandstraat een belangrijk aspect. Hier een bloemrijk hooilandje van maken was onze doelstelling. Het maaibeheer dat tot voorheen werd gevoerd was hiervoor niet het meest optimale. Er werd laat gemaaid (september) en het maaisel werd vaak erg slecht afgevoerd. We vertrokken dus van een niet te beste situatie. Dwars doorheen het hooilandje liep ook nog eens een pad, gebruikt door joggers.

 

De onkruiden van schrale droge zandgronden tieren er weelderig met kromhals, driekleurig viooltje, bleke klaproos, kleine leeuwenklauw, klein tasjeskruid en gewone reigersbek als meest voorkomende. In de nooit geploegde randen van de “vaag” staat een veelkleurige begroeiing van St-janskruid, grasklokje en in een door wegeniswerken verrijkte berm: beemdkroon, grote ratelaar, rapunzelklokje en echt knoopkruid.